logo-aikido-maastricht-nov2014

 

 

Yukiyoshi Takamura (1928-2000)

 TakamuraFragmenten uit een interview (1)

  

 'Many people also attempt to make Ueshiba Sensei into a god. What foolishness! Ueshiba Sensei was just a man. Maybe all this talk of Takeda Sensei will bring the aikido world back down to earth. Many will, however, resist it because it’s always easier to convince people to follow a god.'

     

Yukiyoshi Takamura was grootmeester van de Shindo Yoshin-school (kortweg Takamura-school) een vorm van bujutsu, B. Hij is geboren in Otsu, Japan en begon op zesjarige leeftijd met de beoefening van krijgskunsten bij zijn grootvader Shigeta Ohbata in Tokyo. Na de dood van zijn vader en grootvader in 1945 trainde hij onder Matsuhiro Namishiro en bekwaamde hij zich ook in het kenjutsu. Takamura verhuisde naar Zweden en in 1959 naar Amerika, waar hij in 1966 een dojo startte. In 1990 ging hij weer terug naar Zweden.

Vraag: Sommige mensen vinden dat het er in uw dojo ongewoon hard aan toe gaat. Klopt dat?

    Ik geloof niet dat dit een accurate beschrijving is. De term hard of ruw houdt voor mij in dat er regelmatig sprake is van ernstige blessures. We hebben tijdens de training wel een aanpak die meer de realiteit benadert. Als we slaan en stoten oefenen, dan doen we dat zonder remming. Als je te laat bent met blokkeren of met de uitvoering van een techniek wordt je hard geraakt. We oefenen ook niet-alledaagse aanvallen en we oefenen deze met volle snelheid, zeker in vergelijking met andere dojo’s. We proberen tijdens onze training een meer realistisch stressgehalte te creëren. De angst hard geraakt te worden creëert een stressgevoel dat vergelijkbaar is met het gevoel tijdens een echte confrontatie.
    Als je dit soort training uitbant, maak je van je krijgskunst een bewegingsoefening of gymnastiek. Je voorkomt er echter geen blessures mee. Het valse gevoel van veiligheid in veel dojo’s leidt tot zelfgenoegzaamheid waardoor het aantal blessures toeneemt. Een zelfgenoegzame geest leidt tot een ontspannen houding waarbij de aandacht voor de omgeving en voor hetgeen er gebeurt verslapt. Dát leidt tot blessures. Als je veel blessures wilt zien, ga dan naar sommige aikido-dojo’s. De mensen daar raken vaak geblesseerd omdat ze zich in die harmonieuze omgeving niet bedreigd voelen. In mijn dojo zijn de technieken niet harmonieus, ze zijn bedreigend.
    Sommige aikidoleraren onderwijzen aikido als een krijgskunst, sommigen niet. Dit is goed zolang de leraar eerlijk is over wat hij wil bereiken met de training. Sommige leraren claimen dat ze een krijgskunst onderwijzen terwijl ze dat niet doen. Dat is volgens mij echt fout. Andere leraren onderwijzen hun kunst als een puur spirituele discipline en ze zijn hierover eerlijk bij hun studenten. Dat is prima. Aikido als een spirituele zoektocht is een eerbare kunst en ik geloof dat dit voor de grondlegger van aikido het uiteindelijke doel was. Maar de spirituele aspecten van de kunst komen waarschijnlijk eerder naar voren als aikido als een krijgskunst wordt onderwezen. Dan krijgt de spirituele discipline de ruimte om zich te ontwikkelen. Het hart en de geest moeten met demonen worstelen en deze overwinnen om verlichting te vinden. Zonder strijd wordt het karakter niet echt uitgedaagd en zal niet tot volwassenheid komen. Daarom is ascetische discipline (shugyo) zo belangrijk.
    Er zijn aikidoleraren die veel praten over geweldloosheid zonder te begrijpen waarbij het hier om gaat. Een pacifist is geen echte pacifist als hij geen keuze kan maken tussen geweld en geweldloosheid. Een echte pacifist kan in een oogwenk doden en verminken, maar op het moment dat hij kan toeslaan, kiest hij voor een geweldloze oplossing. Hij kiest voor vrede. Hij moet in staat zijn een keuze te maken en dus daadwerkelijk iemand kunnen vernietigen.
    Iemand vertelde mij dat hij ervoor gekozen had pacifist te zijn voordat hij de technieken ging leren. Dan hoefde hij niet de macht van de vernietiging te leren. Uit zijn woorden bleek dat hij de geest van de echte krijger niet begreep. Voor mij is dit een rationalisering om zijn angst te bedekken voor kwetsuren of harde training. Het is vluchtgedrag. De echte krijger die ervoor kiest pacifist te zijn, staat voor zijn principes en wil ervoor sterven. Alleen een krijger die zijn karakter heeft gevormd in confrontaties kan volgens mij de keuze maken pacifist te zijn.
    Jaren geleden heb ik in Frankrijk een aikidoleraar gezien, Tadashi Abe. Hij was in elk opzicht een echte krijger. Hij was iemand met een vlammende krijgsgeest in zijn buik, terwijl de geest van de harmonie zichtbaar was in zijn ogen. Hij deed het technische en spirituele erfgoed van Ueshiba sensei eer aan. Hij was honderd procent samurai!

    De term krijgskunst wordt vaak gebruikt zonder begrip voor de betekenis ervan. Martiaal betekent oorlog of conflict. In een dojo voor krijgskunsten oefenen we hoe om te gaan met conflict. Zonder fysiek en psychologisch conflict ontbreekt het krijgsaspect in de krijgskunst. Om angst te overwinnen moeten we geconfronteerd worden met angst. Angst moet deel worden van de levenservaring.
    Aan de waardering van angst en de gepaste reactie op angst kun je de volwassenheid zien van een krijgskunstenaar. Waar kun je dit beter leren dan in een dojo waar je de andere leerlingen en de leraar volledig kunt vertrouwen tijdens confrontaties met angst.
    Maar dan moet het wel een martiale dojo zijn. En de meeste dojo’s zijn dit niet. Het gaat hier meer om sociale contacten waar nauwelijks sprake is van een perceptie van gevaar. Ze zullen echt gevaar mijden en ontvluchten. In een martiale dojo zullen de leerlingen het gevaar opzoeken.

     

Uit: Aikido Journal 117, herfst 1999; http://www.shinyokai.com/Takamura%20interview.pdf
Vertaling Wim Heijnen, maart 2009